Profetie: De comeback van de Romeinen

Achtergrond

De Romeins-Perzische oorlogen waren een reeks van conflicten die plaatsvonden tussen de 2 supermachten tijdens de oudheid. Deze conflicten, die plaatsvonden van ca 92 voor Chr. tot 628 na Chr. , waren voor beide partijen uitputtend. Constante wederzijdse veroveringen en oorlogsinvesteringen zorgden voor een verzwakking van beide rijken. De Romeinen bereikten op een gegeven moment door hun zware verliezen een dieptepunt waarbij men het voor zeker hield dat het einde van deze machtige rijk nabij was. Dit dieptepunt vond plaats in de laatste en meest verwoestende series van deze oorlogen vanaf 602 na Chr. De moeilijkste tijden voor Het Romeinse Rijk begonnen toen Phocas de troon overnam van keizer Maurice. Na de overname werden Maurice en zijn familie vermoord na een bevel van de nieuwe keizer Phocas. De heerser van Het Perzische Rijk maakte gebruik van deze situatie en verklaarde Het Romeinse Rijk de oorlog.  In de eerste fase van deze series, kenden de Perzen een overweldigend en ongekend succes. Het Romeinse Rijk kreeg te maken met opeenvolgende nederlagen die leidden tot verlies van grote en belangrijke gebieden waaronder belangrijke christelijke steden. Zo versloegen de Perzen de Romeinen in Mesopotamië in het jaar 603. Na een jaar of twee veroverden ze de stad Dara, wat een belangrijke Romeinse vestingstad was. In de jaren daarop verbeterde de situatie voor de Romeinen niet. Vestingsteden in Mesopotamië werden opeenvolgend 1 voor 1 veroverd. In diezelfde periode werden de Romeinen ook uit Armenië verdreven. In 610, toen Hercalius de Romeinse troon besteeg,  vielen Mesopotamië en de Kaukasus volledig in Perzische handen.  Vervolgens veroverden ze Syrië en vielen ze in Anatolië binnen waar ze de stad Caesarea bezetten.  Theophanes de Belijder vertelt over tegenslagen in zijn kroniek:

“In mei voerden de Perzen campagne tegen Syrië, namen Agamea en Edessa in en rukten op tot in Antiochië. De Romeinen ontmoetten hen, vochten en werden verslagen. Het hele Romeinse leger werd vernietigd, zodat er maar heel weinig mannen ontsnapten.” Bron: De kroniek van Theophane p9.

In het jaar 614 dienden de Perzen een ware mokerslag toe door Jeruzalem aan hun grondgebieden toe te voegen. Doordat Jeruzalem als een heilig gebied wordt beschouwd in het christendom, zorgde deze inname bij de christelijke Romeinen voor een verlies van moraal. Deze verovering zou volgens sommige bronnen de afslachting van 60000 christenen veroorzaakt hebben. Daarbij werden er verschillende belangrijke christelijke elementen vernietigd.  De Romeinse keizer, Heraclius, schreef als reactie hierop uit wanhoop een brief naar de Perzische leider waarin hij smeekte voor vrede:

“We smeken ook om uw clementie om Heraclius, onze meest vrome keizer, als een echte zoon te beschouwen. Iemand die staat te popelen om de dienst van uw sereniteit in alle zaken uit te voeren. Na de dood van de usurpator wilde onze keizer zijn familieleden meenemen en terugkeren naar zijn vader in Afrika.” bron: Chronicon Paschale p160-161.

De Avaren, een andere bevolkingsgroep waarmee de Romeinen in diezelfde periode oorlogen aan het voeren waren, zagen al snel in dat een vergelding door de Romeinen uiterst onwaarschijnlijk was en profiteerden van de situatie door aanvallen op het Romeinse rijk te hervatten. Kronieken uit de jaren 610 beschrijven bijvoorbeeld grootschalige plunderingen waarbij steden als Justiniana Prima en Salona vielen. Het was op dat moment dat men dacht dat het einde van Het Romeinse Rijk naderde.

De voorspelling

De moslims in Mekka supporterden voor de christelijke Romeinen vanwege de gelijkenissen tussen de Islam en het Christendom. De ongelovige Mekkanen daarentegen supporterden voor de Perzen. Toen het nieuws van de Perzische overwinning de Mekkanen bereikte, zorgde dit voor blijdschap bij de ongelovigen. Ze pestten de moslims met woorden als: “Vandaag hebben onze Perzische broeders jullie Romeinse vrienden uitgeroeid, morgen zullen we jullie net als zij uitroeien”. Na deze gebeurtenissen werden de volgende verzen geopenbaard aan de Profeet  :

“De Romeinen werden verslagen in een nabije land. Maar ze zullen na hun nederlaag terug zegevieren binnen enkele (tussen 3 en 9) jaren. Het besluit over deze situatie , voor en na (deze gebeurtenis) ligt uitsluitend bij Allah. En op die dag zullen de gelovigen zich verheugen.” Surah 30 verzen 2-4


Na de openbaring van deze verzen, ging de trouwe metgezel Abu Bakr (r.a.) naar de ongelovigen om hun het nieuws te melden dat de Romeinen binnen een paar jaar (tussen 3 en 9) een comeback zullen maken. De ongelovige Ubayy ibn Khalaf daagde hem uit en zei dat dat onmogelijk was en noemde hem een leugenaar. Hierop ging hij een weddenschap met hem aan (toen was wedden nog niet verboden). Zelfzeker zette Ubayy 100 kamelen op het spel. in 622, ongeveer 7 jaar nadat deze verzen geopenbaard werden, lanceerde Heraclius succesvolle tegenaanvallen waardoor hij erin slaagde verschillende gebieden van de Perzen terug te winnen en vervolgens de bovenhand kreeg. Abu Bakr (r.a.) zag dat de voorspelling uitkwam en won hierdoor de weddenschap.

De waarschijnlijkheid van deze profetie

De bekende historicus Edward Gibbon, die zich specialiseerde in de ondergang van het Romeinse Rijk zei het volgende in zijn boek: 

“Op het moment dat de voorspelling zou zijn uitgekomen, kon geen enkele profetie verder verwijderd zijn van de vervulling ervan, aangezien de eerste twaalf jaar van Heraclius de naderende ontbinding van het rijk aankondigden.” bron: “The Decline And Fall Of The Roman Empire” (vol. 5 p. 79, London, 1911)